Een tekort van honderdduizenden ouderenwoningen: hoe groot is het probleem echt?

Nederland vergrijst. Dat weet iedereen. Maar wat het concreet betekent voor de woningmarkt, dringt nog lang niet overal door. Want achter de abstracte prognoses zit een simpele rekensom: er zijn straks veel meer mensen die een geschikte woning nodig hebben, en die woningen worden nu lang niet snel genoeg gebouwd.

De cijfers, op een rij

Nu zijn er 1,7 miljoen mensen ouder dan 75. In 2030 zijn dat er 2,1 miljoen, in 2040 maar liefst 2,5 miljoen (Rijksoverheid). En van de huidige 75-plussers woont 92% zelfstandig, zelfs twee derde van de 90-plussers woont nog zelfstandig (Rijksoverheid). Dat betekent dat er een enorme groep is die geen verpleeghuis nodig heeft, maar wel een woning die past bij hun levensfase. Een woning zonder trappen, met mensen om je heen en zorg in de buurt als dat nodig is.

De overheid heeft zichzelf de ambitie gesteld om tot en met 2030 290.000 extra woningen voor ouderen te bouwen, waarvan 80.000 geclusterde woonvormen (Aedes). Een ambitieus doel. Het probleem: in 2024 werd slechts 1,4% van die 290.000 seniorenwoningen gerealiseerd (Gemeente.nu). Dat zijn er 4.000 op een jaar. Op dit tempo is de doelstelling in 2030 bij lange na niet haalbaar.

Waarom gaat het zo langzaam?

Niet alleen door trage vergunningverlening of gebrek aan bouwlocaties. Vastgoedadviesbureau CBRE concludeerde in september 2025 dat de focus van gemeenten op betaalbare seniorenwoningen contraproductief werkt. Het aanbod sluit niet aan bij de vraag (Gemeente.nu). Want meer dan de helft van de ouderen heeft een koopwoning en vermogen opgebouwd. Zij zoeken vaak woningen in het midden- en hogere segment. Voor die groep wordt momenteel nauwelijks gebouwd (MAX Meldpunt).

Met andere woorden: er wordt gebouwd voor een doelgroep die niet bestaat, terwijl de werkelijke vraag onbeantwoord blijft.

De gevolgen gaan verder dan ouderen alleen

Een tekort aan geschikte woningen voor ouderen belemmert de doorstroom op de woningmarkt als geheel (Rekenkamer). Ouderen die eigenlijk toe zijn aan een passender woning, blijven noodgedwongen zitten in hun te grote gezinswoning. Die woningen komen niet vrij voor jonge gezinnen. De krapte op de woningmarkt is daarmee voor een deel ook een ouderenhuisvestingsprobleem.

Daar komt bij dat de druk op de zorgsector toeneemt. Onderzoek laat zien dat een verdubbeling van het aandeel geclusterde ouderenwoningen in de bouwopgave het personeelstekort in de zorg in 2031 met zo’n 9.000 thuiszorgmedewerkers kan verlagen (Omgevingsweb). Zorg op één locatie leveren is simpelweg efficiënter dan verspreid over de hele stad rijden.

Wat is er nodig?

Meer bouwen, dat zeker. Maar ook anders bouwen. Woningen die passen bij wat ouderen werkelijk willen: een plek die comfortabel is, waar mensen om je heen zijn, en waar zorg beschikbaar is zonder dat het je leven bepaalt. Geen zorginstelling, maar een plek waar je graag woont.

De vraag is er. Die groeit elk jaar. En de tijd om te handelen is nu, niet als het tekort al in volle omvang zichtbaar is.